Hij begon goed, deze lentedag. Ik werd wakker, zag mijn nog in dromenland verkerende Lief naast me, stond op en vond in de huiskamer onze twee hummels op vier pootjes. Zoals elke dag luid miauwend alsof ze twee weken geen eten/drinken/knuffels/snoepjes (doorhalen wat niet van toepassing is) hadden gehad. Ons dagelijks ritueel bestaat uit koffie maken voor mij, knuffel en eten voor hen. Niet per se in die volgorde. Liever eerst eten en dan knuffel, maar ik wil altijd eerst de knuffel. En ik ben hun moeder, en dus de baas. Meestal. Oké, soms.

De zon scheen, dus ik deed ook meteen de schuifdeuren naar de tuin open. Het ging een mooie dag worden. Druk, veel te doen, een paar deadlines die super belangrijk zijn, maar dat ging allemaal goed komen. Ik wist het zeker.

En nu, een kleine drie uur later, zijn mijn ogen rood van het huilen en kunnen alle deadlines me gestolen worden.

Eén van mijn liefste collega’s die vandaag voor een reguliere controle naar het ziekenhuis ging, heeft te horen gekregen dat het ‘niet goed’ is.

Uitzaaiingen.
Longen. Maag.
Chemotherapie niet mogelijk.
Ongeneeslijk.
Secundaire kanker.

Het zijn een paar van de woorden die zijn blijven hangen. Zijn zoon werkt ook bij ons. Die kreeg zijn moeder aan de lijn: ‘Onze ergste nachtmerrie is werkelijkheid geworden’. Natuurlijk zei mijn Lief direct dat zoon naar het ziekenhuis moest en hebben we ook aangeboden hem te brengen. Maar zijn vader wil terugkomen naar kantoor. Wil niet naar huis. Want hij weet dat de muren daar op hem afkomen.

Vorig jaar werd hij ziek. Eigenlijk uit het niets. Nog nooit in het ziekenhuis geweest en dan ineens met spoed naar de IC. Hij was bang. Voor alles om hem heen, voor de artsen die met hele behandelplannen kwamen, voor de operatie. Maar als gezin zijn ze er zó goed doorheen gekomen. Natuurlijk ken ik niet iedereen in de familie heel goed, maar wat ik van ze zie en meemaak, is dit nu zo’n gezin waarvan ik denk: wat mooi om te zien om hoe deze mensen met al hun flaws and imperfections van elkaar houden, en er voor elkaar staan. No matter what. Bovendien ook allemaal met levenslust én vechtlust.

Lees ook: 'Resultaat van mijn alcohol-loze maand: 2,5 kilo minder Sylvia. En dat in 13 dagen'

Dus toen Kerst kwam, en onze collega de feestdagen gewoon thuis kon en mocht vieren, vierden wij op kantoor ook een klein beetje feest. Het ging goed komen! En het gíng ook de goede kant op. Hij werd zienderogen sterker, ging naar de sportschool, de tennisbaan en twee weken geleden zijn ze nog heerlijk met z’n allen op wintersport geweest. Hij kwam ook weer een paar kilo aan. Dat mocht ook wel, want hij had best ‘een jasje uitgedaan’ tijdens zijn ziekteperiode. Dus we waren met z’n allen optimistisch. Vorige week kwam tijdens een controle wel aan het licht dat er wat bloedproppen konden zijn en dus ging hij aan de slag met bloedverdunners. Maar dat zijn dingen waar je goed mee kunt leven.

En vandaag? Vandaag dacht hij ‘even heen en weer te gaan’ naar het ziekenhuis. De woorden ‘Ik heb slecht nieuws voor u’ waren de laatste die hij had verwacht. Vandaag is zijn en hun leven volledig op z’n kop gezet.

Op dit moment is alles onzeker. Veel informatie moet nog komen, en als gezin moeten ze alweer een nieuwe balans zien te vinden met wat nog komen gaat. Goed en slecht. Als ik naar buiten kijk, zie ik hem staan. Bij ons buiten. Op het werk. Met zijn zoon. Ik hoor niks, maar zie ze lachen. En dat geeft me vertrouwen. Het maakt ook dat ik me een soort van schaam voor mijn tranen. Want als die twee dit samen zo kunnen, moet ik óók vertrouwen hebben. Bij de pakken neer gaan zitten en wegkwijnen heeft nog nooit iemand geholpen. Er samen tegenaan, met de schouders eronder, dát helpt wel.

Mijn collega is één van de weinige mensen die ik ken die werkelijk ‘mindful geboren’ is, en dat zorgt ervoor dat hij oprecht de positieve kanten kan blijven zien, en ook goed kan relativeren. Het ‘plan van aanpak’ komt pas volgende week. Vanavond gaat hij met zijn gezin pizza eten. ‘Zonder donker randje, want ik heb een hekel aan rouwranden’.

Reacties (0)