Maart 2015

Van maart tot augustus 2015 heb ik zestien chemokuren gehad. De eerste twaalf weken had ik om de drie weken een kuur, dus vier in totaal. Daarna moest ik twaalf weken lang elke week naar het ziekenhuis voor de behandeling. Als je hoort dat je gedurende zes maanden aan de chemo moet, dan denk je wel: kan ik dit wel aan? Om het behapbaar te maken nam ik het maar stapje voor stapje.

Terugblikkend kan ik zeggen, dat de eerste vier kuren het zwaarst waren. Naast de chemo krijg je allerlei andere medicatie om er onder andere voor te zorgen dat je niet misselijk wordt. Maar helaas zijn niet alle bijwerkingen met medicijnen op te lossen. Het meest confronterende neveneffect is, dat je kaal wordt - eigenlijk al na één kuur. Voor vrouwen is denk ik de diagnose borstkanker sowieso al afgrijselijk, maar als je dan ook nog je haar verliest, wat blijft er dan nog van je over?

Wetende dat ik mijn haar zou kwijtraken, ben ik me al vrij snel bij een Haarhuis gaan oriënteren om te zien wat de mogelijkheden waren. Met hulp van een zeer dierbare vriendin heb ik toen een prachtige pruik van echt haar met mooie high-lights uitgezocht. Hierdoor kon ik weer even de persoon zijn die ik was voordat ik ziek werd, en werd ik door de buitenwacht niet als ziek en als patiënt bestempeld.

Lees ook: 'Het gaat om vandaag, want je weet niet of er een morgen is'

Van tevoren had ik bedacht, dat ik geen zin had in de confrontatie om mijn haar als bosjes te zien uitvallen. Dan maar rigoureus de schaar erin, alles om dat moment naar uiteindelijke kaalheid makkelijker te maken. Maar niets is veranderlijker dan de mens. Ik kon en wilde geen afscheid nemen van mijn haar. Ik koesterde het. Maar toen ging het opeens hard.

Ik kreeg kale plekken en als ik in de spiegel keek, zag ik iemand met wie ik niet blij meer was. Het werd tijd om die laatste haren er af te laten halen. Ook al had ik geen idee hoe ik daar op zou gaan reageren. Van tevoren wist ik, dat ik sowieso mooi de deur van het Haarhuis uit zou gaan, door die prachtige pruik die klaarstond, maar ja, eerst moest ik toch naar mijn eigen kale kop gaan kijken. Gelukkig bleek ik geen lelijke schedel te hebben en voelde ik me met mijn pruik op helemaal goed.

Reacties (0)