Mei 2015

Ik was 12 weken verder en had, zeg ik terugblikkend, de zwaarste kuren gehad. Dit was het moment dat onderzocht werd of de chemo zijn werk had gedaan. Toen de chemokuren begonnen, vond ik het eng dat de tumoren nog in m’n lijf zaten en dat ik moest afwachten of de chemo zou doen wat het moest doen. Wat was ik blij en dankbaar dat bleek dat de behandeling gelukkig aangeslagen was en de tumoren dus kleiner waren geworden. Ik was er nog niet, maar was wel op de goede weg.

Een nieuwe periode van behandelingen diende zich aan, in de vorm van een derde generatie Taxol-kuur. Dat betekende dat ik vanaf mei 2015 gedurende 12 weken elke vrijdag aan het infuus lag. Gemeten naar het aantal behandelingen dat ik nog moest ondergaan, was ik nog niet op de helft. Dus keek ik er maar anders naar: ik nam de tijd die het nog zou duren als uitgangspunt, niet het aantal behandelingen. Anders kon ik het niet overzien.

Lees ook: 'Dat uiterlijk niet alles zegt, bleek wel toen de leden van de motorclub op ziekenbezoek kwamen'

Ook al is het kuurschema bekend, het wil niet zeggen dat het ook zo zal verlopen. Om de drie weken moest ik mijn bloed laten prikken. De bloedwaarden bepalen of je lichaam de volgende kuur aankan. Omdat de lab-uitslagen binnen een uur voor de specialist beschikbaar moeten zijn, is er een speciaal knopje bij het bloedafgiftepunt, namelijk 'citomarkering', waar je op moet drukken. Patiënten die dit gedaan hebben, worden met voorrang behandeld. Dit geldt voor alle patiënten die later die ochtend bij hun specialist moeten zijn.

Op een ochtend waren er vier mensen in de wachtruimte. Een vrouw naast mij was net door de balie naar haar plaats terugverwezen, omdat een andere patiënt met een citomarkering voorrang had. Door het dragen van een mutsje was duidelijk dat  deze vrouw ook een kankerpatiënt was. Toen de bewuste vrouw weer ging zitten, zei mijn buurvrouw,  terwijl ze naar de vrouw met het mutsje keek: “Dat soort mensen moet natuurlijk heel vaak in het ziekenhuis zijn en hebben daarom vast voorrang.” Ik keek haar aan, en dacht: naast je zit net zo’n kankerpatiënt, alleen ik kies ervoor om er niet ziek uit te zien als ik naar het ziekenhuis ga of überhaupt naar buiten ga.

Dus ik draag mijn pruik en zie er mooi gekleed uit. Ik vertelde haar waarom die andere vrouw voorrang had en dat ik waarschijnlijk ook voor haar opgeroepen zou worden. En dat gebeurde. Ik voelde haar blik - waarom ga jij nu voor mij, terwijl je er niet ziek uitziet? Nee mevrouw, je kunt aan de buitenkant niet altijd zien wat iemand mankeert en je kunt mensen niet in hokjes plaatsen.
 

Reacties (0)