Ik ben 21 keer bestraald in de periode september en oktober 2015. Dat betekende dat ik ruim vier weken lang elke werkdag naar het ziekenhuis toe moest voor “mijn” portie radiotherapie. In de weekenden vonden er geen behandelingen plaats.

Alleen geselecteerde ziekenhuizen verzorgen de bestralingen. Deze hebben dan ook een regiofunctie. Zo moest ik voor deze behandelingen naar een ander ziekenhuis toe, en wel naar een academisch ziekenhuis in de buurt.

Voor het bestralingstraject vond er een intake gesprek plaats. Ik werd uitgebreid voorgelicht over wat ik kon verwachten van de behandelingen. En net zoals bij chemotherapie sommige voedingsmiddelen me ontraden werden omdat dat de werking van de chemo negatief beïnvloedt, kreeg ik nu het advies wat ik wel en niet op mijn huid mocht smeren.

Producten met zink blijken bijvoorbeeld een mogelijk nadelig effect te hebben op de behandeling. En dat wilde ik absoluut niet, dus las ik uitgebreid de ingrediëntenlijst op mijn verzorgingsproducten om mezelf ook op dit gebied de beste kans te bieden. Er was zelfs een aparte verpleegkundige waar je elke dag terechtkon met vragen over hoe je je huid het beste kon verzorgen, vóór en na de behandelingen. Verminderde eetlust en steeds vermoeider worden, waren helaas ook bijwerkingen waar ik mee te maken kreeg. Maar goed, daar was wel mee te dealen.

Lees ook: 'Toen ik ziek werd, moest ik het wel: leren om hulp te vragen'

Om ervoor te zorgen dat je iedere keer de bestraling op exact dezelfde plaats krijgt, werden er voordat de eerste behandelingen begonnen vier tatoeage-punten op mijn huid aangebracht. Ik ben nu dus vier tattoos rijker, alhoewel dat geen vrijwillige keuze was.

Toen ik voor de eerste keer het behandelcentrum binnenkwam, was ik vooral onder de indruk van de omvang. Er waren zeker zes bestralingsapparaten met dito wachtkamers. Dat geeft wel aan hoeveel mensen een dergelijke therapie moeten ondergaan. Je mocht per week aangeven welk tijdslot je het beste uitkwam. Ik koos ervoor om ’s ochtends de bestraling te krijgen.

Elke vrijdag kreeg ik mijn rooster met de tijden waarop ik de volgende week was ingedeeld. Ik vond het fijn om de radiotherapie aan het begin van de dag te krijgen, dan lag de rest van de dag voor me open en wilde ik graag de mogelijkheid hebben om leuke dingen kunnen doen. Een kop koffie drinken met een vriendin bijvoorbeeld gaf me weer positieve energie. Ook ontwikkelde ik een routine om zowel vóór als na elke bestraling wat kunst in het ziekenhuis te bekijken. Dat gaf mij een positieve mindset.

Reacties (0)