“Als we 70 zijn, gaan we naar Santiago de Compostela,” heeft vriendin Doret besloten. Dat is over 20 jaar. We hebben dus nog even om ons lijf topfit te maken. Maar moeten wel aan de bak. Een plan, een plan, een vrouw, een daad. Trainen is het devies. We gaan vanaf nu elk jaar vijf dagen achter elkaar wandelen, zodat we steeds dichter naar Santiago kruipen… euuhh… lopen. Maar eerst even oefenen in de Oostenrijkse Alpen.

Daar in de buurt van Ischgl is net een Culinaire Jacobsweg geopend. Michelin-koks koken er de sterren van de hemel. Letterlijk, want op 2200 meter kun je bijna de hemel aaien. Alleen, je prikt pas in een kalfslapje van Jacob-Jan Boerema (De Leest) als je eerst 3,5 uur naar een berghut bent gelopen. Tijdens het stijgen én dalen leren we weer heel wat over onszelf, de ander, en het betere loopwerk:

1. Je kunt verder dan je denkt. Pfoeh, denken we, als we beneden bij het startpunt zien dat de JamtalHütte nog 3,5 uur omhoog is. Halverwege puffen we uit, en zien we even niet of er na de bergtop nog meer obstakels liggen. De simpele waarheid: na die bergtop – als je het overzicht weer hebt – krijgt je lichaam vanzelf weer energie. Je lijf kan meer dan je zelf denkt. Altijd. Met alles. Je lichaam is een wonder (sorry voor dit spirituele gewauwel, maar sinds ik bij mindful-trainer Tony Robbins ben geweest, grossier ik in dit soort “wc-tegels”.).

2. Er is nooit maar een waarheid. Weet je nog die kaleidoscoop die je als kind had? Een draai, en je perspectief kantelde. Zo is het in de bergen ook. De gletsjer van links, is opeens een klein sneeuwbergje op rechts. Wat ik maar wil zeggen: er is niet maar een waarheid.

3. Chanel is altijd stylish. “Ga jij in die Chanel-trui de berg op?” vroeg collega A. Ja, en ook met mijn Chloé-bril en bijpassende oorbellen. Wie zegt dat je alle mode-regels maar overboord moet zetten in de natuur? Koeien loeren toch ook graag naar iets leuks? En, hállo zeg, afritsbroeken (het wandel-tenue), hállo zeg, er zíjn grenzen. Aan mijn voeten hippe roze Nike’s, maar dat kwam omdat….

4. Oefen eerst met je bergschoenen. Wel 10 dagen lang. Had ik dus niet gedaan. Op Schiphol sprongen de blaren er al in. Gelukkig heb ik altijd mijn oude vertrouwde Nike’s bij me (geen oude schoenen weggooien voordat…)

5. Alle Nederlanders fotograferen koeien. Ach, wat vonden we die Oostenrijkse koeien met hun vrolijk klinkende bellen écht, authentiek, romantisch, en UNIEK. Alleen wij waren niet uniek, hoorden we van een passerende clubje Oostenrijkers: “Zeker Hollanders. Die fotograferen elke koe.”

6. Het dal is minstens net zo mooi als de top. Afdalen, de concentratie in, geeft ook energie. Het leven is niet louter bergopwaarts.

7. Stappentellen is verslavend. 24,4 kilometer, 36.661 stappen, ik bedoel maar. En dat was pas dag 1. Santiago, here we come!

Reacties (0)