Wat is nou dat ene bepalende moment waarop je weet: met jou wil ik mijn leven delen? En wat is na jaren van samenzijn de kracht van een relatie? We vroegen het aan de befaamde modemakers Puck Kroon en Hans Kemmink, ofwel Puck en Hans, een twee-eenheid die door wrijving nog meer glanst.

‘Ons oog valt altijd op hetzelfde’

Puck - De liefde voor Hans “Ik heb Hans ontmoet in De Schouw, een kunstenaarscafé waar de hippe types van Rotterdam zich elke vrijdagavond verzamelden. Het moet 1964 geweest zijn. Hij was 17 en ik was 23. Ik had al vanaf mijn vijftiende op verschillende modeateliers gewerkt, als coupeuse. De modeacademie had ik in de avonduren afgerond, want voor een dagopleiding was geen geld. Hans werkte ook al, als cameraman bij een reclamefilm­bedrijf. Hij had lang, gitzwart haar. Dat trok me erg aan. Wat we die eerste keer precies hebben uitgewisseld, weet ik niet meer. Het klikte gewoon tussen ons.

Hans zei eerst dat hij achttien was, maar hij bleek dus zeventien. Even dacht ik nog: dit kan niet. Ik had al een jaar in Parijs gewoond, gelift naar de Sahara, dus ik voelde me veel volwassener dan hij. Toch was er iets wat zorgde dat het standhield tussen ons, al zag de moeder van Hans onze verkering niet echt zitten. Hans’ lange haar beviel haar al niet en daar kwam dan nog de soulbroek bij die ik voor hem gemaakt had, strak van boven en met wijd uit­lopende pijpen. Verschrikkelijk vond ze ’m.

Ik droeg ook kleren naar de laatste mode: jassen tot op de grond, ultrakorte mini-jurkjes. Allemaal zelfgemaakt. Hans had zo’n solexje en ik mocht achterop.”

'Hans zei eerst dat hij achttien was, maar hij bleek dus zeventien. Even dacht ik nog: dit kan niet. Ik had al een jaar in Parijs gewoond, gelift naar de Sahara, dus ik voelde me veel volwassener dan hij'

Hans - De liefde voor Puck “In Rotterdam was in de sixties weinig artistieks te beleven, dus iedereen die op dat gebied iets deed of wilde doen, zocht elkaar op. De vrijdagavond had een vaste indeling. We begonnen in café Pardoel, zo’n mooie doorrookte tent vol theateraffiches. En als dat om tien voor acht dichtging omdat meneer Pardoel thuis naar het journaal wilde kijken, verplaatsten we ons naar café De Schouw. Willeke van Ammelrooy herinner ik me, en Kees van Kooten, die toen in de reclame werkte. Ik voelde me thuis in die sfeer, als kunstenaar in de dop, hahaha. Op de middelbare school maakte ik altijd al foto’s van schoolreisjes, die ik verkocht voor een kwartje. Ik kreeg zelfs een expositie in het sociëteitsgebouw. Ontwikkelen deed ik thuis in de badcel.

In De Schouw ontmoette ik Puck. Ze zag er heel appetijtelijk uit met haar blonde haren, in een crèmekleurig wollen mini-jurkje van eigen hand. Het was gewoon liefde op het eerste gezicht. Oké, ik smokkelde een jaartje, maar ons leeftijdsverschil was geen enkel punt. We spraken vaker af en gingen ook een keer met een ­bekende uit De Schouw mee naar Antwerpen om vrienden op te zoeken. Ik had nog nooit echte verkering gehad, maar daar in Antwerpen kwamen we nader tot elkaar. Later is het nog wel twee keer uit geweest omdat we allebei verliefd waren op een ander. Amoureuze escapades zal ik het maar noemen. Ach, we gingen veel naar ­festivals en zo, dat zal het geweest zijn.

Het belangrijkste is dat we toch weer voor elkaar kozen. We deden ook veel samen. Toen Puck een pop-upwinkel kreeg, heb ik nog een hele wand met bloemen beschilderd. Flowerpower, wat wil je? 

Puck is doortastend. Niet alleen kletsen, maar ook doen. Ik was vroeger wat meer van de babbel, maar zij kreeg mij wel aan de slag. En ik bleek allerlei onvermoede talenten te bezitten.

In 1968 zijn we getrouwd en intussen kregen we steeds meer ­succes. Er kwamen ook klanten uit Amsterdam, die steeds vroegen waarom we dáár geen winkel begonnen. We waren een beetje huiverig, want ja, de grote stad. Maar na de opening van onze tweede winkel in Rotterdam hebben we toch de sprong gewaagd, in 1973. Onze dochter Carmen was toen alweer vier.”

Wat hebben jullie van elkaar geleerd?
Hans: “Dat ik altijd positief moet zijn, want dat was ik vroeger niet zo.”
Puck: “Nog steeds niet, hoor. Je bent altijd heel bang dat iets mislukt.”
Hans: “Ik wil dat dingen perfect zijn, maar ja, dan raak ik weer uit balans door een detail dat niet klopt. En dan zeg jij: ‘Kom op!’”
Puck: “Ach, zo’n kleinigheid, wat maakt dat nou uit?”
Hans: “Vakmatig heb ik ook veel van jou geleerd. Dat kleding degelijk gemaakt moet zijn, bijvoorbeeld. Onze winkels zijn niet voor niets een serieuze business geworden.”
Puck: “We hebben samen veel geleerd, spelenderwijs. Maar jij hebt altijd smaak gehad en een liefde voor mooie dingen. Net als ik. Een mooie expositie, daar worden we samen heel blij van. We zijn nu net terug van Bali en daar hebben we ook zo genoten, van de prachtige bomen bijvoorbeeld. Ons oog valt ook altijd op hetzelfde.”
Hans: “Nog even over die verschillen: mijn impulsiviteit is voor jou altijd een dingetje gebleven.”
Puck: “Ja, poeh, dan gaan we ergens heen en onderweg wil je ineens een totaal andere kant uit.”
Hans: “Weet je nog dat ik in Nepal besloot die vrachtwagen vol mensen te volgen? Die bleken toevallig wel onderweg naar het verjaardagsfeest van de koning, dus even later stonden wij ook met een kopje thee in de paleistuin. Zo verkeerd is het dus niet om open te staan voor veelbelovende afslagen, of het nu gaat om een reis of om het leven.”
Puck, minzaam: “Ja, nu noem je één heel positief voorbeeld. Al vind ik het helemaal niet erg dat we af en toe wat wrijving hebben. Soms lig je dwars en moet ik mijn uiterste best doen om jou te overtuigen, maar als je eenmaal om bent, is je inzet enorm.”
Hans: “Ik moet soms ook knokken voor mijn ideeën. En regelmatig komen we dan samen tot een ander, beter plan.”
Puck: “Precies, we halen het beste in elkaar naar boven.”

Het hele interview met Puck & Hans lees je in de nieuwe Nouveau, die 9 maart in de winkel ligt. 
 

Tekst: Monique van de Sande / fotografie: Carmen Kemmink