Maaike heeft seks nooit prettig gevonden. Ze deed het altijd toch maar, omdat ze dacht dat het zo hoorde. Maar ze hield het 'toneelspel' niet meer vol. 

“Vorige week vrijdag kwam mijn man Bert laat thuis. Hij had een zakendiner gehad, dan kruipt hij vaker pas in de vroege uurtjes naast me. Ik vond het fijn om zijn warme lichaam tegen me aan te voelen en mompelde welterusten. Ineens viel het me op dat ik niet alleen alcohol, maar ook een lichte parfumgeur rook."

Even overwoog ik het te vragen
"De volgende ochtend verliep zoals het elke zaterdag verloopt sinds onze kinderen uit huis zijn. We ontbeten uitgebreid, praatten en lazen kranten. Onopvallend bestudeerde ik Bert terwijl hij een broodje besmeerde. Ik vroeg me af of het verhaal dat hij had verteld over de avond ervoor wel compleet was. Even overwoog ik het heel direct aan te snijden. Hij zou er niet over liegen, dat weet ik. Juist daarom zweeg ik.

Ik wilde het niet weten
Als er iets was gebeurd, iets met een andere vrouw, dan wilde ik het niet weten. Dat is altijd mijn stelregel geweest sinds ik Bert heb verteld dat ik niet meer met hem wil vrijen. Waarom zou ik die nu verbreken? Toen we ’s middags een strandwandeling maakten met onze hond, dacht ik er al niet meer aan. En bij de wijn in de enige strandtent die nog open was, ook niet. Ik ben blij dat ik mijn mond heb gehouden. Want mijn onwetendheid is goed. Zo is hoe ik het wil, hoe vreemd dat voor anderen ook mag zijn.

Ik voelde me anders en worstelde daarmee
Ik weet nog precies wanneer ik voor het eerst iets over seks hoorde. Negen was ik, en mijn buurmeisje vertelde hoe kinderen verwekt werden. Ik gruwde van het verhaal, stopte mijn vingers in mijn oren. Toen ik het later walgend bij mijn moeder checkte, lachte ze om mijn houding. ‘Heus, het is niet zo vreselijk als je nu denkt, daar kom je later nog wel achter,’ zei ze. Dat ‘later’, ik heb er lang op gewacht. In mijn puberteit kregen mijn vriendinnetjes seksuele interesse in jongens. Ze fluisterden er met elkaar over. Ik zat er elke keer met een verward gevoel bij. Het trok me absoluut niet wat ze vertelden. Orale seks leek me ronduit vies en ook van de andere dingen waar ze over smoesden, moest ik niets hebben.
Ik voelde me anders en worstelde daarmee.

Vriendjes hadden geen geduld meer
Want verliefd werd ik wel. Ik vond het leuk als jongens aandacht voor me hadden. Ik hield van flirten. Zoenen en knuffelen vond ik ook fijn. Maar als vriendjes meer wilden, dan hield ik het af. Lang heb ik mezelf voorgehouden dat ik er kennelijk nog niet aan toe was. Maar toen ik 21 was en ‘het’ nog steeds niet had gedaan en er al drie relaties waren gesneuveld omdat mijn vriendjes geen geduld meer hadden, vond ik dat ik het er toch maar eens op moest wagen. Ik had toen een relatie met Thomas, een lieve man die zes jaar ouder was dan ik. Hij had aardig wat ervaring. Ik heb hem eerlijk verteld dat ik ertegen opzag, bang was dat ik het niet leuk zou vinden. Hij bezwoer me dat als ik hem zijn gang zou laten gaan, het helemaal goed zou komen. 

'Best fijn', loog ik
Het kwam niet goed. Terwijl hij er veel plezier aan leek te beleven, lag ik te wachten tot het voorbij was. Pijn had mijn ontmaagding niet gedaan, maar voor genot zorgde het evenmin. En dat terwijl Thomas toch zijn best had gedaan om mij op te warmen. Na afloop lag hij uitgeteld naast me. ‘En?’ vroeg hij benieuwd. ‘Best fijn,’ loog ik. Ik was diep teleurgesteld. Dus dit was het, waar iedereen het over had, wat mensen zo graag deden. Hoe kon het dat ik er niets aan vond en het voor mij net zo onnatuurlijk voelde als ik altijd al vermoed had? En hoe kon ik dat veranderen? Meer oefenen, dacht ik. Dus dat deden we. Ik raakte getraind in doen alsof. Doen alsof ik het prettig vond. Een hoogtepunt faken.

Lees ook: 'Slapen in aparte bedden? Ja, graag!'

Volleerd toneelspeelster
Ik nam zelfs weleens initiatief, om mijn geheim te verbergen. Want ik durfde het Thomas niet te laten merken, bang dat hij mij zou verlaten. Dat het tussen ons toch is stuk gelopen, had dan ook niets met ons seksleven te maken. Maar we groeiden uit elkaar en besloten onze eigen weg te gaan. Toen ik Bert ontmoette, vertelde ik opnieuw niets over mijn desinteresse in seks. Ik was inmiddels een volleerd toneelspeelster geworden. En toen we zwanger probeerden te worden, deed ik het zelfs met enig plezier; nu had het een functie en lag ik na afloop hoopvol in Berts armen. In vijf jaar kregen we drie kinderen. 

Hij voelde zich enorm bedrogen
In die jaren nam onze seksfrequentie in rap tempo af. We waren afgepeigerd van ons drukke gezin en sliepen in, zodra ons hoofd het bed raakte. Ik was blij dat we het nog maar zo zelden deden. Ik begon bijna te denken dat ook Bert er niets om gaf. Helaas gaf hij na enkele jaren aan dat hij de intimiteit tussen ons miste. Ik merkte dat ik niet langer kon faken. Ik heb Bert verteld dat het van mij eigenlijk niet meer hoefde. Nadat hij stevig had doorgevraagd, kwam eruit dat ik er eigenlijk nooit plezier in had gehad. Dat was een klap voor hem, hij voelde zich enorm bedrogen.

Ik ben niet goed genoeg, dacht ik
Gesprekken bij een therapeut hebben ons erdoorheen getrokken. We kwamen weer dichter bij elkaar en genoten van wat we beiden wél fijn vinden: knuffelen, strelen, intieme gesprekken. Maar seks bleef een issue. Nu Bert wist dat ik er eigenlijk niets aan vond, deed hij het ook niet graag meer. De gedachte dat ik mij enkel inspande om hem te plezieren, was onprettig voor hem. Ik voelde me daar erg schuldig over. Ik schiet tekort, ik ben niet goed genoeg, schoot er dan door mijn hoofd. En dan forceerde ik mezelf maar om toch wat enthousiasme te tonen, hoe het me ook tegenstond. 

Ik moest huilen van de herkenning
Elf jaar geleden stuitte ik op een artikel over aseksualiteit. Daarin werd het beschreven als een geaardheid, net als homoseksualiteit. Eén procent van de mensheid geeft gewoon niets om seks. Ze ervaren het als tegennatuurlijk, onprettig. Ik las ervaringen van andere vrouwen, maar ook van mannen, en ik herkende mij er volledig in. Ik heb erbij zitten huilen. Dat ik al de gevoelens waarmee ik al zo lang worstelde ineens zwart-op-wit zag staan, was een openbaring. Ik voelde me erkend en gesterkt. Ik kon mijn minderwaardigheidsgevoelens eindelijk loslaten. Wel maakte het mijn aversie jegens seks nog groter. Hoeveel ik ook van Bert hield, en hoezeer ik ons gezin ook koesterde, ik kon het niet meer opbrengen. Als ik mezelf en mijn eigen lijf respecteerde, moest ik het mezelf niet meer aandoen, wat dat ook zou betekenen voor mijn huwelijk. 

Hij wilde niet bij me weg, dat stond vast
Bert en ik hebben veel gepraat. Door het artikel en de verdere informatie die ik vond via internet, kreeg hij meer inzicht en begrip. Ook voor hem betekende het een opluchting. Ergens had hij toch het gevoel gehad dat het aan hem lag. Dat híj niet aantrekkelijk genoeg was voor mij. Het was bevrijdend voor hem om dat te kunnen loslaten. Zelfs de beslissing dat we niet meer, nooit meer zouden vrijen, voelde bevrijdend, zei hij. Nu hoefde hij niet meer te hopen op, te verlangen naar die ene korte keer seks per maand of zo. Maar zou hij altijd zonder kunnen? Dat kon hij niet beloven, zei hij eerlijk. Wel stond vast dat hij niet bij mij weg wilde: we hadden het goed, waren gelukkig en boden onze kinderen een veilige thuishaven. Dat wilde hij niet opgeven.

Wat niet weet, wat niet deert, dacht ik
Daar was ik ontzettend blij om. We besloten samen om het onderwerp voorlopig te parkeren. Ik had het toen niet voor mogelijk gehouden, maar we hebben het er sindsdien nog maar één keer over gehad. Dat was twee maanden nadat ik het artikel had gelezen. Ik zei tegen Bert dat ik het zou begrijpen als hij het soms buitenshuis zou zoeken. Dat dat oké was; als het maar niet om een echte liefdes­relatie zou gaan, en dus geen bedreiging voor ons zou zijn. Ik had er goed over nagedacht. Ik wist dat ik het risico nam om hem op een dag toch kwijt te raken. Maar ik wilde niet dat Bert zou kampen met een schuldgevoel als er een keer iets zou gebeuren met een vrouw, omdat hij nu eenmaal wel seksuele behoeften heeft. Dat zou niet eerlijk zijn. Maar ik wilde er vooral niets over weten. De gedachte van Bert in de armen van een ander deed me pijn. Maar wat niet weet, wat niet deert, dacht ik.

Lees ook: 'Waarom ik gelukkig ben getrouwd met een workaholic'

Al elf jaar niet meer gevreeën
Bert reageerde verbaasd, zei dat vreemdgaan niets voor hem was. Dat hij wel op een andere manier aan zijn trekken zou komen, bij erotische films bijvoorbeeld. Maar of hij zich daar de afgelopen tijd altijd aan heeft gehouden... Dat weet ik niet. Vorige week vrijdag twijfelde ik er dus ineens aan en die momenten zijn er meer geweest. Maar ik vraag niets en hij zegt niets. Het hele onderwerp seks is taboe tussen ons. Dat klinkt misschien geforceerd, maar dat is het niet. Wij hebben het fijn samen en kennelijk is het goed zo voor ons. We zijn gelukkig samen en ook toen onze kinderen een voor een uitvlogen, heb ik geen enkel signaal van Bert ontvangen dat hij erover denkt om mij te verlaten. Al hebben we nu dan al elf jaar niet meer gevreeën. Dat ik het nooit meer hoef te doen, ervaar ik als zo’n op­luchting dat ik de prijs van de on­zekerheid over de trouw van Bert daarvoor graag betaal. Het maakt me niet uit dat hij mogelijk weleens het bed deelt met iemand. Ik vertrouw erop dat wij samen oud worden, en dat is voor mij meer dan genoeg.” 

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.