Je bent je er misschien niet altijd van bewust, want druk in je hoofd met werk, sociale contacten en andere aandacht slurpende kwesties, maar als je ergens neerstrijkt voor een drankje of een hapje: sta eens stil bij de volgende 10 etiquetteregels. Het zijn de grootste irritaties van barmannen en -vrouwen, verkopers en winkelbedienden.

Ze zullen je er dankbaar voor zijn! 

1. Telefoneren 
Laat de ander niet wachten omdat jij je gesprek moet afmaken; bestel wat je hebben wilt met je volle aandacht en pak daarna je telefoon, als het echt zo dringend is. En praat niet zo hard dat mensen aan de andere kant van de ruimte ook kunnen horen dat je net een gewéldige pedicure hebt gehad.

2. Bestel en pak je portemonnee 
Staat er een lange rij, zodat de barman, groenteman, bakker, met het zweet op zijn/haar hoofd staat te buffelen om iedereen zo vlug mogelijk te kunnen helpen? Zorg dat je, als je aan de beurt bent, met pinpas of cash klaar staat om af te rekenen. Dat sommige oudere mensen alle tijd nemen om de dubbeltjes en kwartjes uit de verre hoeken van hun minuscule portemonneetjes te vissen, snappen we, maar jij bent razendsnel (en daardoor heel attent). 

3. Vraag niet naar de bekende weg 
Laatst hoorde ik iemand vragen of dat broodje rosbief wel echt vers en lekker was. ‘Nee, het ligt er al drie dagen in de hoop dat iemand het nog koopt’, schoot door mijn hoofd. Vragen wat de ober aanbeveelt - om vervolgens iets heel anders te bestellen, is ook zoiets. Wat op de kaart staat, zal echt met de beste intenties zijn klaargemaakt. Kies zelf of volg het advies van de ander op, maar vraag alsjeblieft niet naar de bekende weg. 

4. Kies wat op de kaart staat 
Iedereen heeft wel eens een speciaal verzoek, maar maak er geen ingewikkeld vijf minuten durend vraagstuk van, waarbij ieder ingrediënt vervangen dient te worden voor een andere. Dus liever geen ‘latte macchiato decaf met soyamelk, niet te heet, voorzien van een tikkeltje kaneel en, o ja, eerst graag een laagje koffie en dan melk en dan weer koffie in plaats van andersom’. 

Lees ook: Wat klopt er niet aan: 'Ik vond het heel gezellig'? (Straks weet je het)

5. De kok weet echt wat hij doet 
Control freak of niet, probeer te vertrouwen op de kundigheid van de kok, ober, barman, slager, bakker, kaasboer. Als het goed is, weten zij heel goed hoe zij de koffie, zalmtartaar, leverpastei, slagroomtaart, moeten branden, snijden, hakken, bakken. Geef je eens over en laat je verrassen! (Heb je er echt geen fiducie in? Zoek dan je heil ergens anders.) 

6. Hallo en dank je wel 
Ze bestaan; klanten die zonder een woord te zeggen binnenkomen, hun bestelling doorgeven en zonder groeten of bedanken weer verdwijnen. Alsof de rest van de wereld lucht is. Onbeleefd in het kwadraat. Ook al ben je in een heel slechte bui, het zijn maar twee woorden, dat moet echt lukken. 

7. In de weg staan 
Een ruimte kan krap zijn en sommige obers rennen wel erg wild rond met vol geplempte dienbladen; geen goede combinatie. Vooral niet met dromerige types die lekker in de weg gaan staan. Pas op dus voor die rondrennende dienbladen, ze zijn al zo zwaar om te tillen. 

8. De verkeerde bestelling meenemen 
Er zijn mensen die betalen en zonder hun waar verdwijnen en er zijn mensen die betalen en er in hun haast of verwardheid met de bestelling van een ander vandoor gaan. Wegdromen in een rij is menselijk, maar probeer even te focussen als jij aan de beurt bent (en neem alleen mee wat je besteld en betaald hebt). 

9. Fooien 
Heb je lekker gegeten of gedronken en was de bediening naar wens? Beloon ze met een fooi. Hoe fijn is het om een ander een goed gevoel te geven? 

10. Er klakkeloos vanuit gaan dat de bediening een tijdelijke studentenjob is 
‘En wat wil je worden als je straks echt gaat werken?’ Pas op met dit soort vragen. Jouw ambities zijn niet die van een ander. Bovendien; de meest succesvolle horeca-eigenaren werkten eerst vaak jaren in de bediening. 

Kortom, geef je over en toon je waardering. Want, wat je geeft krijg je terug, echt waar.