Vier jaar geleden verloor Sabine plotseling haar tweelingzus Saskia. Niemand kon haar troosten - ook haar eigen man niet. “Er zijn meer mannen op de wereld, maar een tweelingzus is onvervangbaar.”

“Elke ochtend als ik opsta, zie ik Saskia’s gezicht in de spiegel. Nog voor de dag goed en wel begonnen is, word ik met haar geconfronteerd. Ik zie haar langzaam ouder worden, ouder dan ze ooit is geweest. Vier jaar geleden is ze overleden, mijn tweelingzus, die sprekend om mij leek. Een tijdbestek waarin je een verlies toch een plek zou moeten kunnen geven. Mij lukt dat nog steeds maar mondjesmaat." 

Mijn haar afknippen
"Soms denk ik dat het zou helpen als ik mijn haar af zou knippen en onze lange krullen zou laten verdwijnen in de afval-bak, de krullen waar wij zo trots op waren. En als ik een donkere spoeling zou nemen en een bril zou dragen, in plaats van lenzen. Misschien dat ze dan minder aanwezig zou zijn in mijn dagelijks leven. Tegelijkertijd wil ik haar helemaal niet laten gaan. Want ik mis mijn zus meer dan ik zeggen kan - of zeggen durf.
Saskia en ik waren een eeneiige tweeling. Dat we met z’n tweeën waren, was voor onze moeder een grote verrassing. Toen ik geboren was, riep de arts plotseling: ‘Er komt er nog een!’ Achteraf een leuk verhaal, maar op het moment zelf waren onze ouders totaal overdonderd. Saskia en ik maakten er vaak grapjes over. We zeiden dan dat we tot aan de geboorte één waren geweest en ons pas op het allerlaatste moment hadden verdubbeld." 

Twee-eenheid
"In al mijn jeugdherinneringen komt Saskia voor. Ik denk dat dat normaal is bij twee­lingen. Je groeit tenslotte samen op en wordt door de buitenwereld als twee-eenheid gezien, vroeger nog meer dan nu. Indertijd was het heel gebruikelijk dat tweelingen dezelfde kleren droegen. Ook Saskia en ik hadden altijd hetzelfde aan, tot aan de middelbare school. Toen eisten we verschillende kledingstukken, maar alleen omdat we zo samen een grotere garderobe hadden. We deelden onze kleding, zoals we alles deelden. Ruzie was er nooit, zelfs niet toen we nog peuters waren, vertelde mijn moeder ons. Samen konden we heel dwars zijn en anderen buiten­sluiten. Maar elkaar? Nooit. Mijn moeder maakte zich daar weleens zorgen over. We hadden ons eigen taaltje en waren volledig op elkaar gefocust."

Lees ook: 'Ik ben hopeloos verliefd op een twintig jaar jongere woestijnprins'

Zij was mij altijd een stap voor
"Toen we in de puberteit kwamen en ons bewust werden van onze eigen identiteit, verschillende talenten en interesses, was het dan ook moeilijk om elkaar te laten gaan. Saskia had als eerste een vriendje. Typerend; hoewel zij jonger was, was zij mij altijd een stap voor, net iets minder afhankelijk van mij dan ik van haar. Ik was vreselijk jaloers. Het is de enige periode geweest waarin we weleens met elkaar overhoop lagen. Ik voelde me in de steek gelaten door haar. Pas toen ik zelf ook verliefd werd, begreep ik haar en kwam er weer balans. Het was best goed om op eigen benen te leren staan. We kregen langzaamaan een eigen leven, eigen vrienden. Toch bleef onze band ongelooflijk hecht, sym­biotisch haast. We deelden alles en voelden elkaar naadloos, vaak zonder woorden, aan." 

Ik voelde me onbegrepen
"Bij mij is dat van grote invloed geweest op mijn liefdesleven. Ik ben de symbiose die ik met mijn zus voelde altijd bij een man blijven zoeken. Soms dacht ik die te vinden, tijdens de verliefdheidsfase. Maar telkens raakte ik weer gefrustreerd in relaties. Bij misverstanden kon ik me zo eenzaam voelen. Niet-verbonden en onbegrepen. Saskia had dat minder; zij trouwde met haar eerste liefde en was gelukkig met hem. Maar ze snapte wel wat ik bedoelde en kon me goed troosten. ‘Je moet de lat niet zo hoog leggen’, adviseerde ze me. ‘Wat jij en ik hebben, daar kan niets aan tippen. Maar dat zegt niet dat niets goed genoeg kan zijn.’
Tien jaar nadat zij trouwde, vond ook ik een man met wie ik het aandurfde. Thomas accepteerde dat Saskia er altijd was: elke dag per telefoon en ook heel vaak in levenden lijve. En hij begreep dat ik absoluut niet weg wilde uit de plaats waar Saskia woonde. Thomas heeft eens een baan afgeslagen, omdat we ervoor zouden moeten verhuizen. Dat wilde ik niet, simpel."

Zwarte nacht
"Gelukkig kon hij heel goed overweg met Saskia’s man. We waren kind aan huis bij hun gezin. Saskia had twee kinderen, Thomas en ik geen. Na een kort ziekenhuistraject hadden we besloten dat dat niet onze weg was. We gaven ons leven een andere invulling en dat was prima. Ik had het goed en was gelukkig. Tot die zwarte nacht, vier jaar geleden. Ik was vroeg naar bed gegaan, maar werd midden in de nacht wakker met stekende hoofdpijn. Ik lag een tijdje te draaien en stond toen op om paracetamol te pakken. Ik nam ook een slaappil. Daarna ben ik weer weggedommeld. Een paar uur later, om zeven uur ’s ochtends, ging de telefoon. De stem van Saskia’s man klonk schor, ik kon hem bijna niet verstaan. Hij vertelde dat hij in het ziekenhuis was. Hij sprak aarzelend en ik wist meteen dat het fout was. En ik had gelijk, helaas. Hij was wakker geworden en had gemerkt dat Saskia niet naast hem lag. Hij was gaan zoeken en had haar op de badkamervloer gevonden, stil en koud. De ambulancebroeders, die hij meteen had gebeld, hadden niets meer kunnen doen. Een hersenbloeding was haar fataal geworden."

Schuldgevoel
"Versteend hoorde ik mijn zwager aan. Ik kon gewoon niet geloven dat het waar was wat hij zei. Dit kon niet over mijn zus gaan. Saskia, die was onderdeel van mij. Hoe kon ík er nog zijn als haar iets was overkomen? Het voelde zo onwerkelijk. Toen schoot me mijn hoofdpijn te binnen. Saskia en ik hadden altijd gelachen over dingen van elkaar fysiek aanvoelen. Ja, wij waren symbiotisch, maar het was niet zo dat als zij pijn had, ik dat ook had. Dit keer wel dus. Ik wist zeker dat ik mijn stekende pijn op het moment van haar hersenbloeding had gekregen en nam het mezelf ontzettend kwalijk dat ik de pijn had genegeerd en zelfs een slaappil had genomen. Het voelde alsof ik Saskia aan haar lot over had gelaten. Mijn verstand kon dat relativeren, maar mijn hart zei heel wat anders."

Ik kon amper huilen
"De week van de begrafenis is volkomen langs me heengegaan. Ik deed wat ik moest doen, ik regelde dingen, gaf advies, troostte mijn ouders en droogde de tranen van Saskia’s kinderen… Maar ik was er niet bij. Ik kon ook amper huilen. Alsof de pijn te heftig was om toe te laten. Alsof ik met mijn tranen zou bevestigen dat het wáár was. Iedereen vond het vreemd dat ik zo rustig was. Ze noemden me dapper. Ook mijn man Thomas. Hij deed zijn best om me te bereiken, probeerde door mijn masker heen te prikken. Maar als hij zijn armen om me heen wilde slaan, werd ik boos.
Ik moest op mijn lippen bijten om het niet uit te schreeuwen. Ik kon me gewoon niet laten troosten. 'Was jíj maar dood', dacht ik op zulke momenten. ‘Dat zou ik ook vreselijk vinden, maar daar zou ik wel overheen komen. Er zijn meer mannen op de wereld, en heus ook meer mannen die bij mij passen. Maar een tweelingzus, daarvan heb je er maar een. Die is onvervangbaar.’ Vreselijk, om dergelijke gedachten te hebben. Dat kon ik toch niet menen, dacht ik vaak, zo slecht was ik toch niet? Ik hield toch ook van hem? Ja, dat deed en doe ik. Maar toch: van Saskia hield ik gewoon nog net wat meer, vrees ik."

Diepe rouw
"Pas na een halfjaar kwamen de tranen. En ze zijn toen ook heel lang blijven stromen. Er werd een burn-out vastgesteld en ik was een tijd uit de running. Hoewel ik inmiddels heb geleerd hoe ik mijn tranen moet verbergen, is de pijn er nog steeds. Ik voel me geamputeerd. En ik weet niet of dat ooit zal overgaan. Ik ben verhalen gaan lezen van andere tweelingen, die ook hun ‘andere helft’ zijn verloren. Dat heeft me geholpen, ik vond er veel herkenning. Pas toen ik las dat het overlijden van je eeneiige tweelingbroer of -zus net zo’n impact heeft als de dood van een kind, voelde ik me minder schuldig over mijn gedachten over mijn man Thomas. Ik weet nu dat het normaal is, het hoort bij de rouw. En ik heb verschrikkelijk veel steun aan hem. Hij is er voor me, onvoorwaardelijk. Dat is fantastisch. Ook haal ik veel kracht uit Saskia’s kinderen. Wij zijn elkaars grote steun. Ik zie Saskia in hen en zij zien hun moeder in mij. Dat is heel erg dierbaar. Zij vormen voor mij de belangrijkste motivatie om toch te proberen nog wat van het leven te maken en gelukkig gaat me dat steeds iets beter af. Ondanks de stekende pijn bij elke blik die ik in de spiegel werp. Ik probeer blij en dankbaar te zijn dat Saskia zo lang bij me was, in plaats van alleen maar te treuren om haar dood.”   

Een plek voor lotgenoten: www.tweelingalleen.nl