Tijdens een burn-out liet Aaltje Moesker-Eelsing zich volledig inpalmen door een ‘geestelijk hulpverlener’. Pas toen ze haar gezin én zichzelf volledig kwijt was, werd ze wakker...  

“Ik was een heel normale, intelligente vrouw voordat ik Sjon ontmoette. Ik droeg kleurrijke kleding en maakte me elke dag mooi op. Totdat ik een burn-out kreeg."

Het ging alleen maar slechter
"Ik werkte op een school en daar was veel ­veranderd. Op een dag kon ik mijn tranen opeens nauwelijks meer verbijten. Even rust en dan is alles weer normaal, dacht ik. Maar het ging alleen maar slechter. Mijn drukke gezin met drie kinderen, slopende zwangerschappen gevolgd door postnatale depressies, een echtgenoot met wie ik niet kon praten... het was me allemaal te veel geworden. Ik zocht passende hulp, maar vond die niet. En toen ontmoette ik Sjon, een charmante, geestelijk hulpverlener, verbonden aan een officiële kerkgemeenschap bij ons in de buurt. Hij leek zo betrouwbaar, zo oprecht. Ik dacht dat ik steun bij hem zou vinden, dat hij me veel goeds zou brengen. Maar ik had me niet erger kunnen vergissen. 
Ik ben opgegroeid bij een heel dominante vader. Zijn liefde was aan voorwaarden gebonden. Als ik iets fout deed, zweeg hij me weken dood. Mijn moeder stond pal achter hem, altijd. Dat maakte dat ik me erg eenzaam voelde. Mijn vader was tegen het geloof, maar hij stuurde me toch naar de zondagschool, voor mijn algemene ontwikkeling. Daar hoorde ik over een andere Vader, een vader die wél onvoorwaardelijk van je hield. Die altijd vergaf, wat je ook deed. Dat fascineerde me toen al; dat uurtje zondagschool was het hoogtepunt van de week. Ik denk dat daar de kiem voor mijn gevoeligheid voor het geloof is gelegd."  

In de ban van Sjon
"Ik kreeg een vriend die gereformeerd was. Mijn vader was woedend. Juist daardoor raakte ik vastberaden om met hem te trouwen, terwijl ik diep in mijn hart wel wist dat deze man niet de juiste voor mij was. Hij was een schat, dat zeker, maar ons contact was oppervlakkig. We kregen een gezin en alles leek goed te gaan. Dat ik in mijn hart nog altijd eenzaam was, en snakte naar veiligheid en echte aandacht, wist niemand.  
Met mijn man ging ik naar de kerk. We hoorden bij een jonge gemeente die veel ondernam. Het zingen vond ik leuk en ik zat in het kerkkoor. Maar als de dominee hoogdravend over God sprak, verloor ik me in dagdromen. Het sprak me allemaal niet zo aan. Sjon, de geestelijke hulpverlener die ik tijdens mijn burn-out ontmoette, ging heel anders met het geloof om. Hij had een stilteruimte in een kerkgebouw, met iconen, wierook, kussens en kaarsen. God was niet iemand ‘daarbuiten,’ zei Sjon. Hij zat in mijzelf! Door stilte en meditatie kon ik zijn totale liefde en acceptatie vinden. Sjons woorden raakten me enorm. Hij had aandacht voor me, focuste zich in een gesprek totaal op mij. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me gehoord en gezien. Het was verleidelijk om vaak naar hem toe te gaan. Thuis maakte ik ook een stilteplek, trok me daar een paar keer per dag terug. Ik was steeds meer met God bezig, dacht daar rust bij te vinden. En ik raakte in de ban van Sjon. Na een stiltesessie nam hij op een keer mijn voeten in zijn schoot en begon hij ze heel zacht te masseren. Ik stond perplex, nooit eerder was iemand zo lief voor mij geweest. Op dat moment was ik definitief verkocht. En ging het fysieke contact verder en verder, zogenaamd in naam van God, want religie en seks waren een heilige combinatie, volgens Sjon."

Geïsoleerd in het bos
"Als ik achteraf naar mezelf kijk, ben ik sprakeloos. Hoe kon het? Ik, een intelligente vrouw die midden in het leven stond, hoe kon ik mij zo laten inpalmen en hersen­spoelen? Maar het kleine beetje ‘ik’ dat er na mijn burn-out nog van mij over was, raakte verloren. Ik ging blindelings mee in Sjons dromen over het stichten van een kerkelijke eco-commune in een bosrijk gebied in Duitsland. Daar zouden we leven als kluizenaars, zoals de monniken vroeger in kloosters. Ik begon alvast mijn vrolijke kleding in te ruilen voor lange, grijze gewaden. Mijn hoge hakken en make-up gingen de deur uit, mijn haar liet ik groeien tot een wilde, slordige bos. Tot ontzetting van mijn gezin. Mijn man en ik kregen vreselijke ruzies en groeiden uit elkaar. Ook tussen mijn kinderen en mij kwam afstand. In die tijd had Sjon nog andere ‘volgelingen’, ­vrouwen zoals ik. Op het moment dat de scheiding tussen mijn man en mij werd uitgesproken en ik zonder mijn kinderen naar Duitsland verhuisde, naar het gebied waar Sjon zijn commune zou beginnen, waren dat er al minder. Maar die zouden wel weer komen, bezwoer Sjon, en wat was hij trots op mij, zijn trouwste volgeling.
En daar zat ik dan, veelal in mijn eentje in het bos. Mijn kinderen zag ik zelden. Af en toe kwamen ze me opzoeken, maar ze voelden zich niet thuis bij de vreemde, onzichtbare vrouw die ik was geworden. Wanneer ze vertrokken, was er ongelofelijk verdriet. Maar als ik al twijfels over mijn situatie had, drukte ik die de kop in. Ik móést in God en in Sjon blijven geloven, hoe kon ik anders alles dat ik had gedaan – mijn gezin ­verlaten – aan mezelf verantwoorden? Ook toen na twee jaar duidelijk werd dat er niets van Sjons commune terechtkwam, vielen de schellen nog niet van mijn ogen. Ik verhuisde naar Noord-Nederland en Sjon kwam met zijn vrouw naast me wonen. Ja, hij was al die tijd gewoon getrouwd geweest, maar Sjons vrouw kon ermee leven dat hij ook met mij seks had. Dat hoorde immers allemaal bij ‘zijn goddelijk plan’. Hun woning werd door Sjon veranderd in een stiltehuis, een heilige plek vol iconen. We leefden met z’n drieën in mijn huis, met vaste regels, de gordijnen altijd dicht, afgesloten van de rest van de wereld. Ik had slechts een karig gemeubileerde kamer voor mezelf. Met Sjon had ik een vreemde band. Soms vleide hij me, zei dat ik de enige was die hem begreep. Andere keren werd hij zomaar woedend. Omdat ik iets te lang in de badkamer was geweest of even met iemand op straat had gepraat, bijvoorbeeld. Dan zweeg hij me dood, net als mijn vader vroeger. Het was allemaal één grote echo van het verleden.” 

Mishandeling en smeekbedes
“Achteraf snap ik echt niet meer hoe ik zo heb kunnen leven. Dat ik dit zolang heb toegestaan. Maar ik was zo beïnvloed, totaal in zijn macht. Na twaalf jaar vond ik eindelijk de kracht om mij los te maken. Sjon werd agressiever, mishandelde mij als ik iets deed wat niet naar zijn zin was. Op een dag ben ik via de huisarts weggegaan. Sjon heeft me nog opgezocht in het vrouwen­opvanghuis. Huilend smeekte hij me terug te komen. Ik weigerde, al miste ik hem ­verschrikkelijk, raar genoeg. Ik was gewoon verslaafd aan hem.
Een aantal jaar geleden heb ik aangifte gedaan tegen Sjon. De rechercheurs luisterden aandachtig, leefden met me mee, maar ik had geen poot om op te staan. ‘Ze wilde het zelf,’ zei Sjon, die kort werd opgepakt. Dat hij misbruik van mij maakte toen ik op mijn allerzwakst was, toen ik voor hulp bij hem kwam, daar kan ik niets tegen beginnen. Psychologen, ‘normale’ hulp­verleners, moeten zich houden aan gedragscodes, kunnen bestraft worden als ze hun boekje te buiten gaan. Maar uit naam van het geloof is er alle ruimte; er bestaat immers vrijheid van godsdienst en er is geen enkel toezicht... Terwijl je compleet gehersenspoeld kunt worden. Zo gevaarlijk!
Ik heb mijn verhaal lang verborgen ­gehouden, maar ik heb er nu een boek over geschreven. Ik hoop dat ik er anderen mee kan helpen. Anderen die zich ook schuldig voelen over dingen die hen zijn overkomen. Ik heb nu vrede met wat er is gebeurd; het verleden valt nu eenmaal niet te herschrijven. Wat ik wel heel erg vind, is dat ik mijn kinderen heb verspeeld. Maar ik begrijp het. Er zit een grens aan het inlevings­vermogen van kinderen. Sinds kort is er wel weer heel voorzichtig contact. Ik hoop dat dit meer wordt, maar ik geef ze alle tijd die ze nodig hebben.
Of Sjon nog leeft? Geen idee. Het interesseert me ook niet. Een enkele keer stel ik me voor dat ik hem tegenkom. En dat ik dan denk: heb ik voor die man nu alles opzij­gezet? Ik hoop alleen dat hij niet meer slachtoffers heeft gemaakt. Dat hij míjn leven zo veel jaren heeft beheerst, is erg genoeg.’

‘Als geloof een gevangenis wordt, dan...’ 
Van dogmatisch geloven naar zelfstandig denken – Aaltje Moesker-Eelsing, 2015, te bestellen via: www.alsgeloofeengevangeniswordt.blogspot.nl