Elisabeth (49) houdt van haar echtgenoot, maar er hangt een schaduw over haar geluk: de niet aflatende rouw om haar grote liefde…

“Afgelopen herfst was het twintig jaar geleden dat Michel overleed. Zoals altijd op die dag wilde ik ook dit keer graag alleen zijn. Ik bleef wat langer in bed, mijn tweede echtgenoot Ben zorgde ervoor dat onze kinderen naar school gingen."

Grote liefde
"Pas toen het huis stil was, stond ik op. Al onder de douche kwamen de herinneringen boven. Steeds helderder, alsof er mistflarden in mijn hoofd wegtrokken. Mistflarden die ik normaal gesproken omarm, omdat ik anders geen leven zou hebben. Later, in het bos, met kaplaarzen en een dikke jas aan, zag ik mijn grote liefde weer duidelijk voor me: Michel. Zijn gezicht met het stoppelbaardje, toen we die laatste ochtend samen ontbeten. Zijn donkere, warme ogen. Ik hoorde zijn stem, waarmee hij had verteld over een verwarrende droom. En het was alsof ik zijn lippen weer voelde, hoe ze zacht mijn wang raakten."

Een uur later lag mijn toekomst aan flarden
"Vlak voordat hij vertrok, boog hij voorover naar onze dochter Marit, toen twee jaar oud. Ook zij kreeg een zoen. Toen pakte hij zijn koffertje en liep de deur uit. Rond zes uur ’s avonds verwachtte ik hem weer thuis. Ik zou stamppot andijvie maken, met kaas en spekjes, daar was hij dol op. We zouden naar een geleende video gaan kijken, zodra onze dochter sliep. Een doodgewone avond zou het worden, zoals er al zoveel avonden waren geweest en waarvan er nog zo veel zouden komen − dacht ik. Een uur later lag mijn toekomst aan flarden. Michel was betrokken geraakt bij een kettingbotsing. Hij heeft het ziekenhuis niet eens gehaald."

Verbaasd om de pijn
"Mij konden ze pas uren later bereiken, ik had nog geen mobiele telefoon. Toen ik hem weer zag, leek zijn gezicht wel van was. Niets herinnerde nog aan de sprankelende man die mijn grote liefde was geweest.
Tijdens mijn jaarlijkse wandeling, in het bos waar ik zo vaak met Michel kwam, moest ik opnieuw huilen. De tranen kwamen uit mijn tenen. Het verbaast me telkens weer dat de pijn nog zo dicht onder de oppervlakte zit. Meestal voel ik die pijn niet, duw ik hem weg. Ik heb geleerd om ermee te leven. Dat moet wel, er zit niets anders op."

We praatten, dansten en zoenden
"Ik kende Michel van de middelbare school. Ik vond hem altijd al leuk, maar was veel te verlegen om dat te laten blijken. De vonk sprong pas over toen we elkaar jaren later weer troffen op de verjaardag van een gezamenlijke kennis. We praatten de hele avond, we dansten en zoenden. Toen hij me die avond thuisbracht, was het niet meer dan logisch dat hij bleef slapen. Vier jaar zijn we samen heel gelukkig geweest. Alles klopte gewoon, hij was het voor mij. Dat ik met hem oud wilde worden, stond vast.
Michel zou nooit ouder worden dan dertig. Vijf dagen na zijn ongeluk stond ik bij zijn graf, ons dochtertje op mijn arm. Zij begreep er niets van. Ik ook niet. Zoiets valt niet te begrijpen. Michels dood is een keerpunt in mijn leven geweest. Niet alleen moest ik alles opnieuw uitvinden, mijn leven en mezelf, ook besefte ik plotseling heel goed dat er geen enkele zekerheid bestaat. Alles wat je vandaag hebt, kan morgen weg zijn."

Ze hadden ongelijk
"Dat besef vond ik heel moeilijk, het drukte als een zware last op mijn schouders. Maar ik ging door, met de steun van mijn ouders en de ouders van Michel. Ik had een dochter, ik moest wel. En ik was nog jong, zoals iedereen zei. Hoe erg het ook was, het zou wel weer goed komen.
Aan die woorden dacht ik, toen ik op de twintigste sterfdag van Michel in de striemende regen door het bos ploegde. En ik dacht: ze hadden ongelijk. Want het is niet meer goed gekomen. Ja, ik heb mijn leven weer op orde, al jaren. Mijn dochter studeert inmiddels, ze maakt het goed, is slim, heeft bergen vrienden. En ik heb nog twee kinderen gekregen, van wie ik heel veel hou. Zo op het oog gaat alles prima."

‘Je moet niet te lang alleen blijven’
"En toch, ik voel het diep in mij: het is niet meer goed gekomen. Zo onbekommerd gelukkig als ik was, ben ik niet meer geworden. Er is iets kapot gegaan en niet meer hersteld. En hoewel ik opnieuw getrouwd ben en van mijn tweede man hou, is het toch heel anders. 
Het eerste jaar na Michels dood was puur overleven. Iedere avond om zes uur, wanneer ik Marit haar eten gaf, wachtte ik onbewust tot Michels auto zou voorrijden. Maar avond aan avond lag ik alleen in bed. Na ongeveer een jaar zeiden mijn ouders: ‘Je moet niet te lang alleen blijven.’ Ook Michels ouders zeiden dat. Ondanks hun eigen verdriet − Michel was hun enige zoon − vonden ze dat ik verder moest met mijn leven. Ook ik had het gevoel dat ik op deze manier niet door kon gaan. Het gapende gat in mijn borst deed te veel pijn. Ik voelde me eenzaam. De liefde die je van je kind, je ouders en vrienden krijgt, is toch niet dezelfde als die van een partner."

Mijn hart bleef gepantserd
"Ik wilde weer met iemand de kleine dagelijkse dingen delen. Overleggen wat we zouden eten, een net gekochte pepermolen laten zien, dat soort dingen. Dus ik probeerde me weer open te stellen. Had zo nu en dan een date. En etentjes bij vrienden, die me probeerden te koppelen. Ik ontmoette leuke mannen, met wie ik soms een verhouding kreeg. Het was fijn om weer fysiek contact te hebben, om te knuffelen en te vrijen. Nee, ik voelde me niet schuldig tegenover Michel dat ik dat deed. Ik wist dat hij achter me zou staan. Eerder voelde ik me schuldig tegenover de mannen in kwestie. Want hoewel ik mijn lichaam aan ze gaf, mijn hart bleef gepantserd."

Eerlijke kans
"Een paar keer werd ik wel verliefd, maar niet meer zoals vroeger. Ik was voortdurend op mijn hoede. Het was jammer om zo’n rem te voelen. Ik ben ervoor in therapie geweest. We behandelden het trauma van het plotselinge verlies en probeerden de ergste lading ervan af te halen. 
En ik dacht werkelijk dat dat ook gelukt was. Want met Ben, die ik zes jaar na het overlijden van Michel leerde kennen, voelde het anders. Dieper, echter. Ik werd weer overweldigd door vlinders. Ben lijkt ook op Michel, is net zo vrolijk, heeft dezelfde soort humor. Zelfs qua uiterlijk hebben ze iets van elkaar weg. Bij Ben dacht ik: ik ga dit een eerlijke kans geven. Ik wilde niets liever dan weer van iemand houden. En ik gunde mijn dochter een nieuwe vader. En wie weet, misschien kon ik nog eens moeder worden." 

Maar toch, hij is niet Michel
"Ben was meteen gek op Marit en zij op hem. Ik denk dat ook zij de gelijkenissen aanvoelde. Al na een halfjaar vroeg zij uit zichzelf of ze hem papa mocht noemen. Fantastisch. Ook ik was dol op Ben. We zijn getrouwd en hebben twee kinderen gekregen. Ons samengestelde gezin heeft altijd als een trein gelopen, daar prijs ik me gelukkig mee. En we hebben het goed samen. Ik weet dat ik mijn handen dicht mag knijpen met een man als Ben. Hij is eerlijk, hartelijk, heeft geen verborgen agenda en hij gaat voor mij door het vuur. Hij heeft alles wat een vrouw zich kan wensen. 
Maar toch… Hij is niet Michel. En al zijn we al veel langer samen dan Michel en ik ooit geweest zijn, Michel steekt nog altijd met kop en schouders boven alles uit. Híj is mijn grote liefde. En dat gevoel neemt niet af, integendeel. Ik zeg vaak tegen mezelf dat ik Michel waarschijnlijk enorm idealiseer. Ik heb immers geen idee hoe mijn huwelijk met Michel zich zou hebben ontwikkeld. Misschien waren we wel uit elkaar gegroeid, had hij mij bedrogen. Of hadden we steeds vaker ruzie gekregen; het kon sowieso erg knallen tussen ons." 

Wat als...
"Wie weet… Maar ik wéét het niet. En dat is juist het probleem! Er lag een leven voor me dat ik had moeten leven, een parallel universum waarin alles anders was, als Michel die fatale ochtend net vijf minuten eerder of later was vertrokken. Ik blijf het gevoel houden dat mijn leven op die dag een verkeerde afslag heeft genomen en alles daarna tweede keus is. En ja, dat maakt Ben dus ook tweede keus. Mijn kinderen níet, gek genoeg, dat kan ik ook niet rijmen. Maar bij hen heb ik het gevoel dat zij toch wel waren gekomen, dat ze nu eenmaal bij mij horen. Maar Ben…. Ik geef om hem, nee, ik hou van hem, en toch: als ik Michel morgen terug kon krijgen, zou ik hem meteen inruilen."

Ik borg mijn tranen op
"En daar voel ik me vreselijk over. Ik ben een paar keer in therapie geweest om hiermee in het reine te komen. Mijn behandelaar meent dat ik mezelf straf met deze gevoelens, omdat ik mezelf kwalijk neem dat ik nog altijd leef en Michel niet. Dat ik toch het gevoel heb, dat ik hem heb ingewisseld. En dat ik mezelf daarom niet toesta om echt gelukkig te zijn. Ik kan mijn gevoel nu inderdaad nog beter onderdrukken. Maar toch, het zit er nog steeds, dat merkte ik wel weer op Michels laatste sterfdag. 
Aan het eind van mijn wandeling heb ik warme chocolademelk gedronken in een café waar hij en ik graag kwamen. In mijn hoofd sprak ik tegen hem, vertelde ik hem hoe het met onze dochter gaat. Toen het etenstijd werd, waste ik mijn gezicht in de toiletten. Ik borg mijn tranen op, stapte in de auto en ging op weg naar huis, naar Ben en onze kinderen, om stamppot andijvie te maken. Met kaas en spekjes, want daar zijn ook zíj dol op.”