Wellicht heb je Taiwan weleens voorbij zien komen in een reisgids, maar het is doorgaans niet de eerste ver weg-bestemming waar Nederlanders hun vakantie besluiten te vieren. Dat moet anders, want Taiwan is een waanzinnige, bijzondere must voor op je bucketlist. Puur, prachtig, en nog niet opgeslokt door het massatoerisme. Tai-wanneer gaan we?

Net als 2,7 miljoen toeristen jaarlijks doen, zet ik eerst koers naar Taiwan 101. Deze toren, in de vorm van een bamboeplant, was even het hoogste gebouw ter wereld; inmiddels zijn er alweer drie ­hogere. De 101 heeft nog wel altijd de snelste lift ter wereld, meldt een plaquette. Die brengt me in 37 seconden van de vijfde naar de 89ste verdieping, vanwaar ik kan zien hoe de miljoenen inwoners van Taipei wonen. Dicht op elkaar in wolkenkrabbers, constateer ik. 

Dumplings met ster
Het lijkt erop dat alle mensen die de toren bezoeken, hongerig beneden komen en aansluiten in de rij bij Din Tai Fung. Dit is dan ook een dumpling-restaurant met Michelinster; althans, twee ­filialen in Hongkong kregen een ster. De eigenaren verkochten ooit olie om mee te koken, maar toen de markt instortte, gingen ze in 1972 ook dumplings verkopen. Met succes. Volgens het bord bij de ingang duurt het zo’n tachtig minuten voordat je een plekje hebt. Ik wil al weglopen, maar realiseer me dan dat die ster niet voor niets is uitgereikt. Dus laat ik mijn naam noteren en slenter ik het naastgelegen winkelcentrum in om de tijd te doden. Het wachten wordt beloond. Wat een perfecte dumplings en wontons maken ze hier, geserveerd in mooie bamboe stoommanden. Hoe de lekkernij gemaakt wordt, is voor iedereen te zien. Achter ramen staan koks uren achtereen met chirurgische precisie dumplings te maken, alle stukjes even zwaar en met exact hetzelfde uiterlijk. Hier draait alles om perfectie. Mijn favoriet is de spicy gamba wonton, niet te scherp en met een heerlijk zacht omhulsel. Het beste is, de ­speciale eetinstructies te volgen. De dumpling uit het mandje ­pakken, in het sausje van azijn en sojasaus dippen en in je soeplepel leggen. Dan een gaatje prikken in de ­dumpling, de bouillon eruit later lopen en vervolgens de dumpling van de lepel eten met een sliertje verse gember. Elke hap is weer een feestje. 

Traditioneel Taipei
Manka, het oudste deel van Taipei met huizen van twee, drie verdiepingen, is bijna opgeslokt door wolkenkrabbers. Te midden van die wijk staat de kleurige Lungshan-tempel. In 1738 werd hier de eerste tempel gebouwd, de huidige werd in 1924 voltooid. Het is het werk van architect Wang Yi-shun, een van de bekendste tempelbouwers van het land. “Ga naar binnen door de rechterpoort,” raadt gids Albert aan, “dat is de poort van de draak die het goede vertegenwoordigt. Ga straks naar buiten door de linkerpoort, die van de slechte tijger.” Binnen is de lucht bezwangerd van de wierook. Iedere gelovige brandt enkele stokjes om de poort tussen mens en god te openen. Behalve Boeddha worden hier diverse andere goden en godinnen aanbeden, al naar gelang de behoeften. Op zoek naar een partner, wil je graag een kind, hunker je naar (meer) succes in zaken of komt er een lastig tentamen aan? Voor elk probleem is er een hulpvaardige god. 

publiekstrekkers
Ook een soort tempel, maar dan voor de kunst, is het Nationaal Palace Museum. Het behoort tot de topmusea ter wereld. Het grootste deel van de indrukwekkende collectie van onder meer keramiek, schilderijen en bronzen objecten stond ooit in de Verboden Stad in Peking. Een van de hoogtepunten is een keramische afbeelding van een paksoi gemaakt van een soort jade (jadeiet). In het naastgelegen Silks Palace-restaurant zijn enkele van de gerechten ­geïnspireerd op deze kunstwerken uit het museum. 
Een andere publiekstrekker is de Chiang Kai-shek Memorial Hall, gebouwd ter ere van deze voormalige en controversiële president van Taiwan. Het is een wit, vierkant gebouw met een achthoekig blauw dak; een trap met 89 treden (de leeftijd waarop Chiang Kai-shek overleed) leidt naar een zaal waar een bronzen beeld staat van de leider op een stoel. Twee soldaten houden de wacht. Doodstil staan ze, enkel de ogen knipperen zo nu en dan. 

Marmerkloof Taroko
Taiwanezen gaan graag een paar dagen naar Taroko National Park om bij te komen van de stadse drukte. De natuur is daar niet altijd even blij mee, blijkt bij de swallow grotto waar je een wandeling kunt maken over delen van de oude weg die gedeeltelijk door grotten gaat. Ooit huisden hier vele zwaluwen, maar de meeste hebben inmiddels een rustiger onderkomen gezocht. Het blijft desondanks een mooie wandeling door de kloof, waarin enorme stukken marmer liggen. Zigzaggend door de bergen bereik ik het Silk Place Taroko-hotel, een prachtig designhotel pal aan een rivier. Op het 
dak bieden een royaal zwembad en ­diverse hottubs een fabelachtig uitzicht. ’s Avonds branden er vuurkorven voor nog meer sfeer. Wat een fijne zen-locatie. De volgende ochtend loop ik vanuit het hotel via de hangende Pudu-brug de ­heuvel op, naar de Xiangde-tempel. Als de zon eenmaal boven de bergen uit piept, kleurt de lucht indringend blauw en lijken de kleuren van de tempel nog feller. 

Kloosterleven
De tocht maar de volgende bestemming, Sun Moon Lake, voert door een prachtig bergachtig gebied. Een klein halfuur voordat ik Sun Moon Lake bereik, doemt het Chung Tai Chan-klooster op. Voor het publiek zijn hier enkel de eerste twee verdiepingen open. Je moet er in stilte rondlopen en genieten van de enorme beelden. Alleen de ruim duizend boeddhistische nonnen en monniken die hier lopen en de mensen die in retraite zijn, hebben toegang tot de bovenste verdiepingen. Daar zijn onder meer een schitterende boeddha in wit en goud te zien, een muur vol handgemaakte boeddha-afbeeldingen en een pagode van teakhout uit Myanmar, die via de dertig meter hoge glazen ramen ook van buitenaf te bewonderen is. 

Sun moon lake
Hoe groot is het verschil met de Wen Wu-tempel die aan het Sun Moon Lake ligt! Een trap met de bijnaam Stairway to heaven leidt naar het water. Ooit was deze tempel alleen per boot bereikbaar. De trap is gerenoveerd en de 366 treden (een voor elke dag van het jaar inclusief de extra dag in een schrikkeljaar) zijn nu weer begaanbaar. Achter de poort lijkt de buitenwereld ver weg. Een walm van wierook wijst de weg naar de drie hallen van Wen Wu. 
Sun Moon Lake is een van de bekendste toeristische trekpleisters van Taiwan. Vandaar dat her en der grote hotels aan de oevers verrijzen, zoals hotel Fleur de Chine. Een aanrader is om bij het inchecken al te reserveren voor het ontbijt op het terras van de skybar. Wat een adembenemend uitzicht over het meer en wat een heerlijke sfeer. ‘Made in Taiwan’, maar dan anders...

Taiwan is iets kleiner dan Nederland, maar heeft 24 miljoen inwoners. De ­officiële naam is Republiek China en een groot deel van de wereld erkent Taiwan nog altijd niet als onafhankelijk land. Dwars over het eiland loopt een bergmassief met bijna driehonderd ­pieken van boven de 3000 meter. Ooit was er wat Nederlandse inmenging in Taiwan. Onze voorvaderen bouwden er onder meer twee forten. Meer recentelijk: van de vier onderzeeërs die Taiwan bezit, komen er twee uit Nederland.