Elle van Rijn
Elle van Rijn

DE STAD DIE NOOIT VERVEELT

In 1977 ging ik voor het eerst naar Parijs. Ik was tien jaar oud en zat achterin de lichtblauwe Deux Chevaux van mijn ouders. We deden ruim acht uur over de reis, want er stond een behoorlijke tegenwind. Eenmaal aangekomen, 
liepen we de hele dag. Langs de Arc de Triomphe en de Seine, de Notre Dame en het Louvre. Het was zomer en de zon scheen warm op onze vierkoppige familie. Mijn moeder had een soort Holly-Hobbiejurk voor me gemaakt, waaronder ik boerenklompen droeg die ze roze had geschilderd. Toeristen namen foto’s van mij en wezen met een beschuldigende vinger naar mijn ouders: ‘Auf die Holzschuhe kann das Mädchen doch niet laufen!’ Maar mijn klompen liepen prima. Ik beklom er de 359 traptreden van de Eiffeltoren mee – ik had ze geteld – en de trappen en straten van de Montmartre. Ik mocht even op adem komen op de Place du Tertre, waar ik een halfuur stil moest zitten om nagetekend te worden. De prent vonden mijn ouders mislukt, omdat ik wel veertig leek. Ik weet nog hoe de vele stokbroden met brie en rillette smaakten, die we zittend op een stoepje opaten. En ik herinner me een opmerking van mijn vader: ‘We leggen wel dertig kilometer per dag af!’ Iets waar ik heel trots op was.
Op mijn negentiende ging ik in Parijs werken als au pair. Het was in het jaar dat de Pont Neuf werd ingepakt door de kunstenaar Christo. Mijn klompen had ik verruild voor sneakers en ik nam de metro om me te verplaatsen. Ik ontdekte betaalbare winkels (Tati) en openbare parken (Jardin du Luxembourg). Daarnaast leerde ik de lelijke kanten van de stad kennen. Bij Porte de Clignancourt schrok ik van de rotzooi, de zwervers en de agressie. In Saint-Germain werd ik achtervolgd door een potloodventer. Ik werd opgelicht door een taxichauffeur en 'gerold' in de bus. Parijs was nog net een maatje te groot voor mij.
Toch bleef ik terugkomen naar de Franse hoofdstad. Dan weer vanwege een studentenuitwisseling, een uitje met vriendinnen of een expositie, dan weer vanwege een winkelvakantie met mijn dochter en meerdere romantische weekends met mijn geliefde. Met al mijn serieuze en minder serieuze relaties ben ik wel een keer in Parijs geweest. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat die weekeinden hetzelfde waren. Dat het eentonig begon te worden, of uitgekauwd. Het was alsof ik elke keer iets anders van de stad ontdekte. Het is net als met het Louvre: na de Mona Lisa is er elke keer weer een zaal die je nog niet hebt gezien, een schilderij dat je verrast. Ik heb tientallen keren over de brede boulevards gelopen, gereden en gefietst, en nooit het gevoel gehad in herhaling te vervallen. Als je met je nieuwe lief over het strand loopt bij een ondergaande zon, kan je soms het gevoel overvallen dat je je eigen cliché bent geworden. In Parijs blijft alles nieuw en bijzonder.
Vanochtend ben ik teruggekomen met de TGV. Ik was er voor het eerst met mijn Italiaanse vriend. Grappig om hem Frans te horen spreken met zijn Italiaanse tongval. Het maakte hem nog charmanter. We jogden samen in de Jardin des Tuileries en zagen een foto-expositie in het Hôtel de Ville. We aten in petieterige restaurants waar ik nog nooit eerder was geweest en proostten op ons leven. Elke herinnering uit het verleden maakte plaats voor nieuwe.
Wat betreft de tekening van de Montmartre: ik lijk er nu sprekend op. De kunstenaar had een vooruitziende blik.

Elle van Rijn studeerde aan de Toneelschool Maastricht. Tegenwoordig is de actrice, die debuteerde met het boek 
De tragische geschiedenis van mijn succes vooral schrijfster. Met haar vriend en haar vier kinderen woont zij in Het Gooi.